Les 32 - tijdlijn

Verdronken vlinder

Mismoedig zat de vlinder op de bloem.
Geen trek in nectar en geen lust in paren.
'Laat voortaan hommels het karwei maar klaren.
Ik heb geen zin meer om nog iets te doen',

sprak hij verdrietig. Voelsprieten gebogen,
als teken van totaal verloren hoop.
'We gaan als vlindervolkje naar de sloop'.
'Te licht bevonden na te zijn gewogen.'

Hij dacht met weemoed aan die gouden tijd,
toen vlinders nog in veel gedichten pronkten.
Kwatrijn, terzet, extra werden verfraaid,

waar grote dichters naar hun gunsten lonkten.
'Voorbij', denkt lepidoptera met spijt.
'Nu 't vrije vers mijn nek heeft omgedraaid.'

(Joop Komen 19-09-2000)

 

Vlinder
Lieveheersbeest